playlist themareeks 25-26
Beste UDL-deelnemer aan de thema-reeks van Marc Erkens,
Gelieve hieronder de playlist terug te vinden van de tweede lezing van Marc Erkens.
Romantische muziek – de muziek van de 19de eeuw
een muzikaal geïllustreerde lezing voor UDL – Roeselare op dinsdag 8 december 2025
Dit is het adres van de webplayer van Spotify.
Dubbelklikken hierop of de regel kopiëren en in een browser plakken levert de pagina op waarin de playlist (“Romantische muziek” van Marc Erkens) te zien valt en dus ook kan worden afgespeeld.
Het enige dat nodig is, is een account van Spotify. Een gratis account werkt ook, maar dan komen er reclameboodschappen tussen de werken door.
https://open.spotify.com/playlist/0UZoTYqF6yrWGLLPER1g9n
Hieronder worden de werken opgesomd die in de playlist zijn opgenomen.
Alle werken werden niet (volledig) gespeeld wegens gebrek aan tijd.
Ludwig van Beethoven (Bonn, 1770 – Wenen, 1827)
Symfonie n°3 in Es, op.55, Eroica (1803 – 1804)
“Sinfonia Eroica, composta per festeggiare il sovvenire di un grand Uomo" (Heroische symfonie, gecomponeerd om de herinnering te vieren aan een groot Man)
001 deel 1: Allegro con brio
Symfonie n°6 in F, op.68, Pastorale (1802 – 1808)
002 deel 1: Allegro ma non troppo, Erwachen heitere Empfindungen bei der Ankunft auf dem Lande – Ontwaken van vrolijke gevoelens bij aankomst op het platteland
003 deel 4: Gewitter, Sturm
Strijkkwartet n°16 in F, op.135 (1826)
004 deel 3: Lento assai, cantante e tranquillo
005 deel 4: Der schwer gefasste Entschluss: Grave, ma non troppo tratto – Allegro (ernstig maar niet al té overdreven) “Muss es Sein?” – “Es muss Sein!”
Franz Peter Schubert (Wenen, 1797 – Wenen, 1828)
006 Der Erlkönig (ballade van Johann Wolfgang Goethe uit 1782) (1815)
De zanger vertolkt verteller, vader, zoon en de dood
Strijkkwartet n°14 in d, op.post.D810, Der Tod und das Mädchen (1824)
007 deel 1: Allegro
008 deel 2: Andante con moto
009 Der Tod und das Mädchen in d, D531 (1817) (Matthias Claudius)
Strijkkwintet in C, op.post.163, D956 (1828, twee maanden voor zijn dood)
010 deel 2: Adagio
Hector Berlioz (La Côte Sint-André bij Grenoble, 1803 – Parijs 1869) (componist en muziekcriticus)
Symphonie fantastique, op.14 (1830)
Épisode de la vie d’un artiste, symphonie fantastique en cinq partie (Episode uit het leven van een artiest, fantastische symfonie in vijf delen)
011 deel 1: Rêveries – Passions
012 deel 4: Marche au supplice
013 deel 5: Songe d’une nuit du sabbat
Mikail Glinka (Novopaskoje bij Smolensk, 1804 – Berlijn 1857) Ruslan en Ludmilla (1837 – 1842)
014 Ouverture
Felix Mendelssohn Bartholdy (Hamburg 1809 – Leipzig 1847)
Midzomernachtsdroom (toneelmuziek voor Shakespeare’s toneelstuk) suite: 015 deel 1: concertouverture (1826)(op.21)
016 deel 4: bruiloftsmars (behoort bij toneelmuziek uit 1842)(op.61)
Frédéric Chopin (Zelazowa Wola, 1810 – Parijs 1849)
Pianoconcerto n°2 in f, op.21 (1829, geschreven vóór 1ste concerto, maar later gepubliceerd)
017 deel 2: Larghetto
018 Andante spianato et grande polonaise in Es, op.22 (1830 – 1834)(spianato betekent vlak, effen)
Sonate voor piano n°2 in bes, op.35 (1838)
019 deel 3: Marche funèbre: Lento (1835 of 1837)
020 deel 4: Finale: Presto
Robert Schumann (Zwickau, 1810 – Endenich bij Bonn, 1856) Myrthen, op.25 (liedcyclus) (1840, 26 liederen geschreven als huwelijksgeschenk voor zijn bruid Clara Wieck)
021 n°1: Widmung (Dedication)(toewijding)
Anton Bruckner (Ansfelden, Oostenrijk, 1824 – Wenen, 1896)
Sinfonie n°4 in Es, WAB104, romantische (1874 (50 jaar) – 1878 1879/1880)
022 deel 1: Bewegt, nicht zu schnell
Johannes Brahms (Hamburg, 1833 – Wenen 1897)
023 Sechs Gesänge, op.7, n°5:
024 Variationen über ein Thema von Joseph Haydn, op.56a (Tutzing, Beieren, 1873) (“Chorale Sankt Antoni” voor blazers, toegeschreven aan Haydn) op.56b is voor 2 piano’s, speelde Brahms geregeld met Clara Schumann
Georges Bizet (Parijs, 1838 – Bougival, nabij Parijs, 1875)
025 Carmen: Habanera
Modest Petrovitsj Moussorgsky (Karevo, gouvernement Pskov, 1839 – Sint-Petersburg, 1881)
026 Een nacht op de kale berg (St.Jansnacht op de Kale Berg) (1867)(gebaseerd op “De avond voor Sint Jan” van Nikolaj Gogol) orkestratie van Nikolaj Rimski-Korsakov en Leopold Stokowsk Boris Godounov (1869, versie 1 – 1872, versie 2) Ivan de 4de, de verschrikkelijke, troonopvolger Fjodor, zwakzinnig, daarom raad van 5 regenten waarvan Boris Godounov, de voornaamste was, 2de zoon Dimitri zou dan opvolgen, maar de legende wil dat Boris Dimitri liet vermoorden.
027 Slava
028 Mijn ziel rouwt
029 Beelden uit een schilderijententoonstelling (1874): Promenade
Pjotr Iljitsj Tsaikovsky (Kamsko-Votinsk, 1840 – Sint-Petersburg, 1893)
Symfonie n°4 in f, op.36 (1877 – 1878) (Nadezhda von Meck)
030 deel 3: Pizzicato Ostinato – Allegro
031 deel 4: Allegro con fuoco
Symfonie n°6 in b, op.74, Pathétique (1893) (stierf 9 dagen na de première)
032 deel 2: Allegro con grazia (wals in 5)
033 deel 3: Allegro molto vivace
034 deel 4: Finale: Adagio lamentos,
Notenkrakerssuite, op.71a uit “De Notenkraker en de Muizenkoning”, sprookje van E.T.A. Hoffmann (8 nummers uit het ballet)
035 deel 3: Dans van de suikerfee
Edvard Hagerup Grieg (Bergen, 1843 – Bergen 1907) een roze bonbon gevuld met sneeuw (Debussy)
Suite n°1 uit Peer Gynt, op.46 (1874-1875 / 1887-1888)
036 deel 1: Morgenstimmung
Gabriël Fauré (Pamiers, Ariège, 1845 – Parijs 1924)
Requiem in d, op.48 (1887 – 1890)
037 deel 4: Pie Jesu
038 deel 7: In Paradisum
Isaac Albéniz (Camprodon, Katalonië, 1860 – Cambo-les Bains, 1909)
Iberia (1905-1908)
039 deel 1: Evocación
040 deel 3: El Corpus en Sevilla / Fête-dieu à Séville
Gustav Mahler (Kallist, Bohemen, 1860 – Wenen, 1911)
Symfonie n°2 in c, Auferstehungs-Symphonie (1888 – 1894)
041 deel 3: In ruhig fliessender Bewegung, scherzo
Mahler heeft met een soort grimmige humor de melodie van het lied "Des Antonius von Padua Fischpredigt" uit zijn liederen “Des Knaben Wunderhorn” verwerkt. In dit lied vindt deze Antonius von Padua de kerk leeg en besluit daarom tegen de vissen te gaan prediken; de preek bevalt de dieren goed maar het helpt niet: de dieven blijven dieven, de vraatzuchtigen blijven vraatzuchtig.
042 deel 4: ‘Urlicht’ : Sehr feierlich aber schlicht (Choralmässig)
Het vierde deel, 'Urlicht', heeft Mahler overgenomen uit zijn liederenverzameling “Des Knaben Wunderhorn”. De teksten van deze liederen zijn van Clemens Brentano en Achim von Arnim. Nadat de alt de Rode Roos, in de middeleeuwen als symbool voor Maria en haar voorspraak, heeft aangeroepen, klinkt een buitengewoon plechtig koraal van het koper. De gekwetste ziel verlangt naar het geluk in het hiernamaals. Later brengen de houtblazers meer beweging, als de tekst spreekt van de gang naar de hemel.
043 deel 5: Im Tempo des Scherzos: Wild herausfahrend Langsam – Allegro energico – Langsam
Het laatste deel is bijna een symfonie op zich. Met veel geweld wordt het einde der tijden geschilderd, tot in de verte de bazuin van het laatste oordeel klinkt (4 hoorns die buiten de zaal spelen, zie ook de Apocalyps uit de bijbel). Mahler schreef over dit "grosse Appell" zelf het volgende: "De graven springen open en alle schepselen worstelen zich krijsend en tandenklapperend los uit de aarde. Ze komen aangemarcheerd in een geweldige stoet: bedelaars en rijken, volk en koningen, de ecclesia militans, de pausen. Bij allen dezelfde angst, want voor God is niemand rechtvaardig. Daartussen klinkt steeds weer, als uit een andere wereld, het grote appel (de hoorns en later ook trompetten uit de verte). Ten slotte, nadat allen in de grootste verwarring door elkaar geschreeuwd hebben, klinkt de langgerekte stem van de vogel des doods (de fluit en piccolo tijdens de laatste passage met de koperblazers uit de verte) uit het laatste graf, die eindelijk ook sterft. Mysterieus zet het koor vervolgens a capella het "Auferstehen" in. De tekst is van Friedrich Gottlieb Klopstock met invoegingen en aanpassingen door Mahler. Met name het laatste deel heeft Mahler in zijn betekenis ingrijpend veranderd. Waar Klopstock Christus de doden naar het hiernamaals laat leiden ("Ach ins Allerheiligste führt mich, Mein Mittler dann"), is het bij Mahler de mens zelf die door zijn liefde de onsterfelijkheid kan bereiken ("Mit Flügeln, die ich mir errungen in heissem Liebesstreben. Werd'ich entschweben. Zum Licht, zu dem kein Aug’ gedrungen"). De symfonie eindigt in een stralende overwinning op de dood, met als hoogtepunt het "Sterben wird ich um zu leben". Mahler trekt hier letterlijk alle registers open: het koper dat eerst uit de verte heeft gespeeld, speelt nu mee in de zaal en hij voegt op het laatst zelfs een orgel toe aan het orkest.
Symfonie n°5 in cis (1901-1902), vijf delen
044 deel 1: Treurmars
045 deel 4: Adagietto (enkel voor harp en strijkers) liefdesverklaring van Mahler aan zijn vrouw Alma, getrouwd in 1902 (Alma Maria Schindler: Wenen, 1879 – New York 196 ook getrouwd met architect Walter Gropius en Schrijver Franz Werfel) Wie ich Dich liebe, Du meine Sonne, ich kann mit Worten Dir's nicht sagen. Nur meine Sehnsucht kann ich Dir klagen und meine Liebe, meine Wonne!
Soundtrack van de film “Death in Venice” (1971), Luchino Visconti, Leonard Bernstein dirigeerde dit deel op de begrafenis van Robert Kennedy (8/6/1968).
Paul Dukas (Parijs 1865 – Parijs 1935)
046 L’apprenti sorcier (1897, symfonisch gedicht, naar een ballade van Goethe) Fantasia (1940) & Fantasia 2000
